Bezwaar-procedure
Lichte verkeersovertredingen komen niet meteen voor de rechter, maar worden administratiefrechtelijk afgedaan. Dat is geregeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv, ook wel bekend als de 'Wet Mulder'). Het betekent dat er op kenteken bekeurd mag worden en dat de kentekenhouder aansprakelijk wordt gesteld en dus een acceptgiro van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) krijgt. Op die acceptgiro staat een korte omschrijving van de overtreding ('gedraging', in vaktermen). Mensen die door de politie staande zijn gehouden, krijgen altijd zelf de bon in de bus - dus ook als ze niet de kentekenhouder zijn.
Beroep aantekenen
De Wet Mulder regelt dat degene op wiens naam de beschikking staat (meestal de kentekenhouder, maar bij staandehoudingen de bestuurder) het recht heeft om beroep aan te tekenen. Men kan ook iemand machtigen om namens de degene die aangeschreven is beroep in te stellen.
Beroepschrift
Wie een beschikking heeft gekregen en het hiermee niet mee eens is, kan binnen zes weken na de verzenddatum schriftelijk beroep aantekenen bij de Officier van Justitie. Via de Bezwaartestl link op deze site kunt u een indruk krijgen welke argumenten doorgaans wel of niet gehonoreerd worden door de Officier van Justitie. Op de voorkant van de acceptgiro vindt u het adres van de Officier van Justitie waarbij het beroep aangetekend kan worden. Op de achterkant staat precies welke gegevens vermeld moeten worden.
Standaardbrieven
Op internet zijn verschillende sites te vinden die (al dan niet tegen betaling) standaardberoepschriften aanbieden. Zelf kun je ook een beknopte brief te sturen met een duidelijke omschrijving van de reden waarom je beroep aantekent. Juridisch jargon is daarbij beslist niet nodig, wel is het zaak dat de argumenten zich toespitsen op de betreffende overtreding. Belangrijk: bij het beroepschrift moet een kopie van de beschikking mee gestuurd worden en de kentekenhouder moet het beroepschrift zelf ondertekenen.
Procedure
Wanneer u in beroep gaat, hoeft de sanctie nog niet betaald te worden. Zodra het beroep is ontvangen, krijgt u een ontvangstbevestiging van de Officier van Justitie. De Officier van Justitie moet binnen 16 weken na ontvangst van het beroepschrift een beslissing nemen. Wordt de indiener van het beroepschrift om nadere informatie gevraagd, dan gaat de termijn van 16 weken pas in op de dag waarop de Officier van Justitie die informatie binnen heeft. De Officier van Justitie mag die termijn nog eens met 8 weken verlengen. Hiervan krijgt de indiener bericht. De Officier van Justitie meldt schriftelijk of het beroep wel of niet gegrond verklaard wordt, en of de beschikking eventueel verlaagd of vernietigd wordt. Ook kan de Officier het beroep niet ontvankelijk verklaren.
Beroep bij de rechter
Bent u het niet eens met de beslissing van de Officier van Justitie? Dan kunt u binnen zes weken schriftelijk beroep instellen bij de kantonrechter. De procedure hiervoor staat ook vermeld op de achterzijde van de acceptgiro. Anders dan bij het beroep bij de Officier van Justitie moet bij een beroep bij de kantonrechter wél het sanctiebedrag overgemaakt worden. Feitelijk betaalt u daarmee niet de boete; het is een zekerheidstelling. Als de rechter het beroep gegrond verklaart, ontvangt u dat geld dus weer terug. Wanneer er niet zekergesteld wordt, kan de rechter het beroep niet ontvankelijk verklaren. Bent u het niet eens met de beslissing van de kantonrechter, dan kunt u in beroep gaan bij het gerechtshof in Leeuwarden. Overigens kan dat alleen als de sanctie meer dan € 70,- bedraagt.
Bezwaartest :
http://demo.verkeershandhaving.nl/?s=66
Overzicht bezwaren :
http://www.verkeershandhaving.nl/?s=53
Bron : openbaar ministerie